Ga naar hoofdinhoud

Toelichting rekenmodel

De Nij Begun Isolatieplansoftware gebruikt de NTA8800 gecertificeerde rekenkern in combinatie met een vereenvoudigd opnameformulier. Voor velden die niet worden uitgevraagd, worden forfaitaire (standaard)waarden uit de NTA8800 gehanteerd. Dit kan in sommige gevallen leiden tot kleine afwijkingen ten opzichte van een volledige NTA8800-berekening.

Isolatiestandaard

Voor woningen gebouwd vóór 1946 wordt de naoorlogse isolatiestandaard gehanteerd. Bij een volledige NTA 8800-berekening geldt voor vooroorlogse woningen een hogere isolatiestandaard.

Bouwschil (gevels, vloeren, daken)

Wanneer geen Rc-waarde of isolatiedikte is opgegeven, wordt de Rc-waarde forfaitair bepaald op basis van bouwjaar, aanwezigheid van isolatie en aanwezigheid van een spouw (Tabel I.4 en I.5).

Koudebruggen (thermische bruggen)

Bij het vereenvoudigde opnameformulier worden geen individuele koudebruggen opgegeven. In plaats daarvan wordt automatisch een forfaitaire toeslag toe op de U-waarde van alle gevels en daken conform NTA 8800 vergelijking 8.3.

Kruipruimte

Wanneer de vloer grenst aan een kruipruimte, wordt een kruipruimte aangenomen met een diepte van 0,5 m onder maaiveld en ongeïsoleerde kruipruimtewanden (Rc = 0). Bij woningen met een kruipruimte op of boven maaiveld kan het werkelijke warmteverlies hoger zijn.

Beglazing en zonwering

De zontoetredingsfactor wordt forfaitair bepaald per glastype (enkel: 0,85, dubbel: 0,75, HR++: 0,60, triple: 0,40–0,50). Zonwering, overstekken en obstakels worden niet meegenomen.

Ventilatie

Het ventilatorvermogen wordt bepaald op basis van een gelijkstroomventilator met installatiejaar 2021. Bij woningen met een ouder ventilatiesysteem kan het werkelijke elektriciteitsverbruik hoger liggen. Dit heeft geen invloed op de berekende netto warmtebehoefte — het ventilatorvermogen betreft hulpenergie (elektriciteit) en maakt geen onderdeel uit van de warmteverliesberekening.

Bij gebalanceerde ventilatie wordt een tegenstroomwarmtewisselaar van kunststof aangenomen met een rendement van 80% en een kanaallengte van 1,0 m. Dit heeft een beperkte invloed op de warmtebehoefte. Voor woningen zonder gebalanceerde ventilatie (natuurlijke ventilatie of mechanische afvoer) hebben de ventilatie-aannames geen invloed op de berekende warmtebehoefte.

Kierdichting en luchtdoorlatendheid (qv10)

De luchtdoorlatendheid wordt forfaitair bepaald op basis van het bouwjaar en de gebouwstructuur. Hiervoor worden correctiefactoren uit de NTA8800 gehanteerd (Tabel 11.14). Deze berekening is identiek aan de volledige NTA 8800-methode — er is geen verschil in aanpak tussen het vereenvoudigde en het volledige model. Bovendien kan deze in de vereenvoudigde tool zelf ingesteld worden.

Kierdichtingsmaatregelen worden als kostenpost meegenomen, maar hebben geen automatisch effect op de berekende warmtebehoefte. Om het effect van kierdichting zichtbaar te maken in de berekening, moet de adviseur handmatig een streefwaarde voor de qv10 na maatregelen opgeven, of een renovatiejaar instellen. Zonder deze invoer blijft de warmtebehoefte na maatregelen ongewijzigd, ook wanneer een kierdichtingsmaatregel is geselecteerd.

Leidingdoorvoeren

Leidingdoorvoeren kunnen niet ingevuld worden op het vereenvoudigde opnameformulier. Er wordt uitgegaan dat er geen leidingdoorvoeren zijn.

Type bouwwijze vloeren

Het vereenvoudigde opnameformulier gaat uit van bouwwijze: zwaar.

Type bouwwijze wanden

Het vereenvoudigde opnameformulier gaat uit van bouwwijze: zwaar.

Een aantal punten om op te letten

  • Gebruiksoppervlak zoals opgegeven bij “Rekenzone -> Bouwlagen” moet kloppen met het totaal oppervlak opgegeven bij de vloer(en).
  • LET OP: De isolatieplansoftware ondersteunt momenteel geen Vabi maatwerkadvies modus.
  • Vergeet bouwjaar en gebouwhoogte niet te checken
  • Vloeren: “Grenst aan: Grond” en “Grenst aan: kruipruimpte” kan een groot verschil geven. Vergeet ook de perimeter niet in te vullen.