Hoe is jouw Klimaatwijzer gemaakt?
De Klimaatwijzer laat zien hoe goed jouw woning is voorbereid op de gevolgen van klimaatverandering. Op deze pagina lees je per thema wat we berekenen, op basis van welke bronnen en op welke manier, en welke tips en verbeterkansen we voor jouw woning kunnen tonen. Elke score is opgebouwd uit twee delen:
Omgevingsscore
Gebouwscore
De eindscore per thema maken we uit de omgevings- en de gebouwscore samen, volgens de FCAB-methode. Die eindscore bepaalt het kleurlabel (groen = goed voorbereid, rood = aandachtspunt). Ontbreken er gegevens ('niet bepaald'), dan telt dat nergens in mee. De tips en verbeterkansen kiezen we op basis van jouw woning: we tonen alleen wat bij jouw situatie past. Per maatregel zie je het verwachte effect en de benodigde inspanning (1-3 bolletjes), en als die niet altijd geldt ook wanneer de maatregel van toepassing is. Bij de scores kun je via het rekenmachine-icoon de berekening bekijken.
Waar mogelijk volgen we het Framework for Climate Adaptive Buildings (FCAB): de standaard-aanpak van de Dutch Green Building Council en Climate Adaptation Services voor het inschatten van fysieke klimaatrisico's van gebouwen. Waar we ervan afwijken, staat dat erbij.
Wat betekent het kleurlabel?
Elke score loopt van 0 tot 100 en vertalen we naar een kleur van rood (aandachtspunt) tot groen (goed voorbereid):
Aantal warme nachten per jaar (nacht warmer dan 20 °C), gelezen op het adres uit de kaart Hittestress door warme nachten 2050 Hoog:
| Warme nachten per jaar | Klasse (score) |
|---|---|
| minder dan 2 weken | Laag (88) |
| 2 tot 3 weken | Middel (55) |
| meer dan 3 weken | Hoog (22) |
| geen gegevens | Niet bepaald |
Een warme nacht is een nacht waarin het niet onder de 20 graden komt; hoe vaker dat gebeurt, hoe moeilijker een woning 's nachts afkoelt. We lezen de waarde op het adres uit de landelijke kaart "Hittestress door warme nachten 2050 Hoog" (WENR, 2016; klimaatscenario KNMI'14 WH, zichtjaar 2050). De klassegrenzen van 2 en 3 weken komen uit FCAB deel 1, §4.1.1 (expertoordeel).
De oververhittingsindicator TOjuli uit de NTA 8800-energieberekening:
| TOjuli | Klasse (score) |
|---|---|
| 0,6 of lager | Zeer laag (95) |
| 0,6 - 1,2 | Laag (80) |
| 1,2 - 1,8 | Middel (55) |
| 1,8 - 2,4 | Hoog (30) |
| hoger dan 2,4 | Zeer hoog (10) |
TOjuli wordt berekend volgens de energieprestatiemethode NTA 8800 (§5.7.2) en houdt rekening met glasoppervlak, oriëntatie, zonwering en isolatie; de waarde komt uit de opname door de energieadviseur. De klassegrenzen 0,6 en 1,2 komen uit FCAB deel 2 (Kader 1); 1,2 is tevens de nieuwbouweis uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (art. 4.149b). De grenzen 1,8 en 2,4 zijn geëxtrapoleerd met dezelfde stapgrootte (0,6) om alle waarden te dekken.
Tips
Verbeterkansen
Volgende stappen
- Buitenzonwering houdt de zon tegen vóór het glas en werkt daardoor ~2× zo goed als binnenzonwering (gordijnen/lamellen). Screens blijven ook bij wind bruikbaar en houden zicht naar buiten; uitvalschermen werken vooral op een zonnige zuidgevel.
- Je kan dit laten plaatsen door een zonweringsbedrijf, let daarbij op de windklasse van het doek.
- Landelijke subsidie is er niet; sommige gemeenten vergoeden buitenzonwering. Dit kan je opzoeken op de site van je gemeente.
Volgende stappen
- Isoleer meteen goed: de ISDE-subsidie vraagt minimaal Rd 3,5 m²K/W; Milieu Centraal adviseert ~Rd 3,8 voor het dak.
- Vraag een isolatiebedrijf om de Rd-waarde, en je kan offertes opvragen om te vergelijken.
- Vraag de ISDE aan via RVO en check extra gemeentelijke regelingen via je gemeente.
Volgende stappen
- Voor ISDE moet HR++ een U-waarde ≤ 1,2 halen en triple ≤ 0,7. Kies triple alleen als je kozijnen het gewicht aankunnen of toch vervangen worden; anders is HR++ in bestaande kozijnen de praktische keuze.
- Schakel een glaszetter in, en vraag naar de U-waarde van het glas.
- De ISDE-subsidie kan je regelen via RVO.
Volgende stappen
- Laat je adviseren door een warmtepomp-installateur, en vraag expliciet naar de koelfunctie.
- Let op het type: een bodemwarmtepomp koelt passief (heel zuinig), een lucht-water-warmtepomp koelt alleen als het model reversibel is en kost dan extra stroom. Een hybride warmtepomp koelt in de praktijk niet.
- Koelen kan alleen via vloer-/wandverwarming of ventilatorconvectoren, niet via gewone radiatoren (condensvorming).
- ISDE beloont het verwarmingsvermogen, niet het koelen - check rvo.nl.
Volgende stappen
- Laat eerst bepalen of je dak het gewicht aankan; het vraagt namelijk een bepaalde draagkracht.
- Vraag een dakdekker naar opties specifiek voor jouw dak. Je kan meerdere offertes opvragen om ze te vergelijken.
- Landelijke subsidie is er niet, maar veel gemeenten en waterschappen vergoeden een groendak. Dit kan je zien op de site van je gemeente.
Volgende stappen
- Kies bewust: zelfhechtende klimmers (klimop, klimhortensia) kunnen oude voegen en pleisterwerk beschadigen - controleer en herstel de gevel eerst. Voor kwetsbare gevels is een klimrek op ~6 cm van de muur met rankers (kamperfoelie, hop) veiliger.
- Kies inheemse, bijvriendelijke soorten passend bij de windrichting (klimop en kamperfoelie kunnen op vrijwel elke gevel); een hovenier kan je hiervoor adviseren. Snoei jaarlijks rond goten, ramen en dakrand.
Volgende stappen
- Dit werkt vooral op een plat dak: zwart bitumen weerkaatst ~5% van de zonnewarmte, een lichte/witte dakbaan ~85% - dat houdt het dak en de ruimte eronder koeler. Op een gewoon hellend pannendak levert het weinig op; daar doet zolderisolatie meer.
- Doe het op een natuurlijk vervangmoment van je platte dak, en weeg af of dakisolatie (met ISDE-subsidie) of een groendak niet meer oplevert.
- Laat het uitvoeren door een dakdekker en vraag naar de reflectiewaarde (SRI); alleen wit zegt nog niet genoeg.
Waterdiepte (P90) binnen een cirkel van 50 m om de woning, uit de kaart voor een bui van 70 mm in 2 uur (eens per 100 jaar):
| Waterdiepte rond het pand | Klasse (score) |
|---|---|
| tot 10 cm | Zeer laag (95) |
| 10 - 15 cm | Laag (80) |
| 15 - 20 cm | Middel (55) |
| 20 - 30 cm | Hoog (30) |
| meer dan 30 cm | Zeer hoog (10) |
| geen gegevens | Niet bepaald |
We gebruiken de landelijke kaart voor een bui van 70 mm in twee uur (gemiddeld eens per honderd jaar), uit de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (2018). De klassegrenzen (10/15/20/30 cm) komen uit FCAB deel 1, §4.3.1. FCAB vraagt de waterdiepte pal op het pand (contour + 2 m), maar die kaart is op pandniveau te dun bezet — veel woningen hebben daar geen enkele natte pixel, wat een onterecht "niet bepaald" gaf. In verband met die datadekking kijken we naar een bredere cirkel van 50 m om de woning en nemen daarbinnen de P90-waterdiepte (de diepte die 90% van de pixels niet overschrijdt) — zo bepaalt niet één diepe plas in de straat de score.
Punten voor water dat via het maaiveld naar binnen loopt (meer punten = kwetsbaarder):
| Kenmerk | Punten (kwetsbaarheid) |
|---|---|
| Hoogte laagste ingang (AHN-proxy) | ≤ 0 cm → 40 · 1-15 cm → 28 · > 15 cm → 4 |
| Kelder / ondergrondse ruimte | geen → 0 · aanwezig → 15 |
| Ontlastput / terugslagklep | bouwjaar > 1980 of gescheiden riool → 0 · gemengd riool → 5 |
| Groene tuin | groen → 0 · verhard → 20 |
| Groendak | aanwezig → 0 · geen → 20 |
kwetsbaarheid = round( behaalde punten / beoordeelde punten × 100 )
| Kwetsbaarheid | Klasse (score) |
|---|---|
| 30 of lager | Laag (88) |
| 30 - 60 | Middel (55) |
| hoger dan 60 | Hoog (22) |
We kijken naar water dat via het maaiveld naar binnen loopt; het puntensysteem komt uit FCAB deel 2 (tabel 15). Kelderraam en vaste apparatuur beoordelen we nog niet (daarvoor is gevelbeeld respectievelijk de opstelplaats nodig); de score wordt omgerekend over de kenmerken die wél zijn beoordeeld. De terugslagklep leiden we af uit het bouwjaar (een ontlastput is verplicht sinds NEN 3213, 1981) of uit het rioolstelseltype (PDOK, Stedelijk Water). Een groene tuin en een groendak verlagen de score: het FCAB laat die buiten de gebouwscore, maar op basis van Milieu Centraal wegen wij ze wél mee (het puntenaantal is onze keuze). De hoogte van de ingang benaderen we met het AHN-hoogtebestand, dat het maaiveld meet; dat is niet hetzelfde als de drempelhoogte bij de deur (FCAB vraagt 15 cm boven maaiveld, deel 2 tabel 16).
Tips
Volgende stappen
- Controleer je dakgoten minstens twee keer per jaar, vooral in het najaar.
- Verwijder bladeren en vuil; schakel bij een hoog dak een vakman in.
- Overweeg bladroosters om verstopping te voorkomen.
Volgende stappen
- Giet bij droog weer wat water in de afvoer om te zien of het goed wegloopt.
- Bij verstopping: gebruik een ontstoppingsveer of schakel een loodgieter in.
Volgende stappen
- Haal een paar zandzakken of waterkerende schotten in huis.
- Zandzakken koop je los of kant-en-klaar bij de bouwmarkt. Waterkerende schotten (vloed-/keerschotten) vind je bij gespecialiseerde leveranciers van waterkeringen, meestal online - voor deuren en lage ramen kun je ze ook op maat laten maken.
- Leg ze bij voorspelde zware buien voor je deur en lage openingen.
Verbeterkansen
Volgende stappen
- Laat een loodgieter of hovenier bekijken waar de regenpijp naartoe kan.
- Vraag een offerte voor het afkoppelen en de infiltratie in de tuin.
- Informeer bij je gemeente of waterschap naar een eventuele subsidie.
Volgende stappen
- Bepaal welke tegels eruit kunnen en wat je wil planten.
- Dit kan je zelf doen, of je kan een hovenier vragen om een offerte.
- Veel gemeenten en waterschappen belonen het vergroenen van je tuin (via tegelwippen of een vergroeningssubsidie); een landelijke regeling is er niet. Kijk op de site van je gemeente.
Volgende stappen
- Regentonnen koop je bij een tuincentrum of bouwmarkt; aansluiten op de regenpijp kun je vaak zelf.
- Kies genoeg inhoud: een standaard regenton is ~100-210 liter, maar bij een piekbui reken je ongeveer 30 liter per m² afgekoppeld dak - kies dus ruim, of plaats meerdere tonnen of een groter vat.
- Zet de ton op een verhoging (handig aftappen) en laat de overloop de tuin in lopen, niet terug het riool in.
- Ongeveer de helft van de waterschappen en veel gemeenten geven subsidie voor een regenton of het afkoppelen van de regenpijp, vaak met een minimuminhoud (bijv. 100-250 liter). Kijk op de site van je gemeente of je waterschap.
Volgende stappen
- Laat een hovenier of grondwerker de afwatering rond je woning beoordelen.
- Vraag een offerte voor drainage of het op afschot leggen van bestrating.
Volgende stappen
- Laat eerst bepalen of je dak het gewicht aankan; het vraagt namelijk een bepaalde draagkracht.
- Vraag een dakdekker naar opties specifiek voor jouw dak. Je kan meerdere offertes opvragen om ze te vergelijken.
- Landelijke subsidie is er niet, maar veel gemeenten en waterschappen vergoeden een groendak. Dit kan je zien op de site van je gemeente.
Volgende stappen
- Waterkeringen zijn schotten of drempels die je vóór kelderopeningen, deuren en lichtkoepels plaatst om instromend water tegen te houden - tijdelijk plaatsbaar of vast gemonteerd.
- Laat een specialist de kelder en de instroomplekken beoordelen.
- Vraag een offerte voor waterkeringen of schotten en eventueel een pomp.
Twee Deltares-kaarten op buurtniveau (scenario 2050 Hoog). Paalrot:
| Kaartwaarde paalrot | Klasse (score) |
|---|---|
| hoger dan 15 | Zeer hoog (10) |
| 6 - 15 | Hoog (30) |
| 3 - 6 | Middel (55) |
| 0,8 - 3 | Laag (80) |
| 0 - 0,8 | Zeer laag (95) |
| geen gegevens | Niet bepaald |
Verschilzetting (bodemdaling): dezelfde vijf klassen bij de grenzen 1 / 5 / 10 / 25.
De omgevingsscore is het gemiddelde van de twee kaarten.
Langdurige droogte verlaagt de grondwaterstand, met twee soorten schade: bij houten funderingspalen kan de paalkop gaan rotten zodra er lucht bij komt, en bij een ondiepe fundering op klei of veen kan de bodem ongelijk zakken. We gebruiken twee funderingsrisicokaarten van Deltares (2021, scenario 2050 Hoog), per buurt en niet per pand. De klassegrenzen komen uit FCAB deel 1 (§4.2.2 voor paalrot, §4.2.3 voor verschilzetting); dat we het gemiddelde van de twee nemen is een keuze van Sobolt.
Voor droogte beoordelen we het pand zelf niet. Of een woning echt risico loopt hangt af van het funderingstype, de kwaliteit van de fundering en de plaatselijke bodem en grondwaterstand; die gegevens zijn niet landelijk beschikbaar en vragen onderzoek ter plaatse. (FCAB kent voor paalrot een categorie "niet van toepassing" bij bouwjaren na 1975; die uitsluiting passen wij niet toe.)
Tips
Volgende stappen
- Maak foto's en houd de scheuren in de gaten, bijvoorbeeld met een meetstrip.
- Neem contact op met een funderingsexpert of bouwkundig adviseur.
- Kijk voor je buurt op de site van het KCAF (funderingsproblematiek).
Volgende stappen
- Bekijk de grondwaterstand in je buurt via je gemeente.
- Meld langdurig zeer lage of hoge standen bij je gemeente of waterschap.
- Help de stand op peil te houden: vang regenwater op en haal tegels weg, zodat regen de grond in zakt in plaats van weg te stromen.
- Heb je een houten paalfundering en blijft de stand langdurig laag? Laat de fundering dan beoordelen (zie de verbeterkans hiernaast).
Volgende stappen
- Vraag bij een tuincentrum of hovenier naar droogtebestendige, inheemse planten.
- Vervang dorstige planten geleidelijk bij het herinrichten van je tuin.
Verbeterkansen
Volgende stappen
- Kijk eerst op de site van het KCAF voor het risico in jouw buurt.
- Kijk op de site van je gemeente wat zij bieden of aanraden voor funderingsonderzoeken. Soms moet je dit afstemmen met je buren om een gezamenlijk onderzoek te laten doen; dat is vaak vooral bij rijtjeswoningen.
- Vraag een gespecialiseerd funderingsbureau om een verkennend onderzoek en offerte.
Zware windstoten kunnen dakpannen losrukken, schuttingen omblazen en glas beschadigen; hagel beschadigt onder andere dakbedekking en ramen. De FCAB geeft geen kant-en-klare stormscore, dus de berekening komt uit andere bronnen.
Wind (windstoot T10). De klassegrenzen zijn de kwintielen over alle Nederlandse woningen:
| Windstoot T10 | Klasse (score) |
|---|---|
| lager dan 26,3 m/s | Zeer laag (95) |
| 26,3 - 27,3 m/s | Laag (80) |
| 27,3 - 28,3 m/s | Middel (55) |
| 28,3 - 29,6 m/s | Hoog (30) |
| 29,6 m/s of hoger | Zeer hoog (10) |
Hagel, MESH (grootste hagelsteen) per provincie:
| MESH | Klasse |
|---|---|
| lager dan 3,4 cm | Zeer laag |
| 3,4 - 3,6 cm | Laag |
| 3,6 - 3,8 cm | Middel |
| 3,8 - 4,0 cm | Hoog |
| 4,0 cm of hoger | Zeer hoog |
De omgevingsscore is het gemiddelde van de wind- en de hagelklasse.
Voor wind gebruiken we een landelijke kaart met de windstoot die gemiddeld eens per tien jaar voorkomt (VU Amsterdam, raster ~2,6 km). De waarde geldt voor de hele buurt, niet voor één adres. De vijf klassen zijn de kwintielen van die kaart over de Nederlandse woningen (CBS 500 m-vierkanten, 2024): elke klasse bevat ongeveer een vijfde van de woningen, dus de score zegt hoe deze woning zich verhoudt tot de rest van Nederland, niet of de wind hier absoluut gezien hard waait. Voor hagel gebruiken we de verwachte grootte van hagelstenen per provincie (IVM/VU Amsterdam, "Understanding hail risks", 2019); een landelijke hagelkaart bestaat nog niet, dus de score kan op een provinciegrens veranderen. De hagelklassegrenzen en de keuze om wind en hagel te middelen zijn van Sobolt.
| Kenmerk | Punten (kwetsbaarheid) |
|---|---|
| Bevestiging dakbedekking (uit bouwjaar) | vóór 1992 → 40 · 1992-2012 → 15 · na 2012 → 5 |
| Daktype | pannen → 20 · gemengd → 10 · plat → 0 |
| Serre of glazen aanbouw | aanwezig → 20 · afwezig → 0 |
kwetsbaarheid = round( (dakbedekking + daktype + serre) / 80 × 100 )
| Kwetsbaarheid | Klasse (score) |
|---|---|
| 25 of lager | Zeer laag (95) |
| 25 - 40 | Laag (80) |
| 40 - 60 | Middel (55) |
| 60 - 85 | Hoog (30) |
| hoger dan 85 | Zeer hoog (10) |
Meer punten betekent kwetsbaarder; de score wordt omgerekend naar 100 (100 is goed). Het bouwjaar weegt het zwaarst: na de winterstormen van 1990 bleek hoe gevaarlijk losse dakbedekking is. Sinds het Bouwbesluit 1992 moet de verankering worden berekend (NEN 6707), en sinds 1 januari 2012 geldt de strengere norm NEN-EN 1991-1-4. Een woning van na 1992 is dus onder een strengere eis gebouwd, en van na 2012 onder de strengste. De puntenverdeling (40/15/5) en de punten voor daktype en serre zijn keuzes van Sobolt. Daktype en serre komen uit de AI-luchtfoto, het bouwjaar uit de energieopname; zonder luchtfoto blijft de gebouwscore "niet bepaald".
Tips
Volgende stappen
- Bekijk je dak na een storm vanaf de grond op verschoven of losse pannen.
- Ga niet onveilig het dak op; schakel bij twijfel of een hoog dak een dakdekker in.
- Combineer dit eventueel met het plaatsen van stormklemmen door een dakdekker.
Verbeterkansen
Volgende stappen
- Vraag een dakdekker of je pannen geklemd kunnen worden en vraag een offerte.
- Combineer dit eventueel met een dakinspectie of onderhoud.
Volgende stappen
- Vraag de leverancier van je serre of dakraam naar gelaagd of gehard glas.
- Vraag een offerte voor het vervangen van het kwetsbare glas.
Volgende stappen
- Vraag je installateur om de bevestiging te controleren, zeker bij oudere systemen.
- Laat zo nodig extra klemmen of ballast aanbrengen; vraag een offerte.
Volgende stappen
- Zorg dat de palen stevig verankerd zijn, bijvoorbeeld in betonpoeren of met grondankers, en dat de panelen goed aan de palen vastzitten.
- Een schutting met kieren (open latten) vangt minder wind dan een dichte schutting en waait minder snel om.
- Vervang rotte of losse palen; betonpalen of geïmpregneerd hout gaan langer mee. Twijfel je? Vraag een hovenier of klusbedrijf om een offerte.
Een overstroming ontstaat als een dijk of kade doorbreekt. Dat is iets anders dan wateroverlast door een bui: het gaat om veel meer water, en om een gebeurtenis die veel minder vaak voorkomt.
De plaatsgebonden kans op een overstroming waarbij het water hoger komt dan 20 cm (LIWO):
| Kans per jaar (> 20 cm water) | Klasse (score) |
|---|---|
| vaker dan 1 keer per 30 jaar | Hoog (30) |
| 1 keer per 30 - 300 jaar | Middel (55) |
| 1 keer per 300 - 3.000 jaar | Laag (80) |
| minder dan 1 keer per 3.000 jaar | Zeer laag (95) |
| geen gegevens | Niet bepaald |
De maximale waterdiepte in het somberste scenario (≈ 1× per 100.000 jaar) tonen we ernaast, maar die weegt niet mee (dieptegrenzen 0,2 / 1 / 2,6 m).
We gebruiken de landelijke LIWO-kaart (versie november 2025) die per locatie de kans op een overstroming van meer dan 20 cm aangeeft; die kaart is gebaseerd op de normen uit de Waterwet (2050) en de provinciale normen voor regionale keringen. Die kans is sterk plaatsafhankelijk: achter een sterke dijk klein, in een diepe polder groter. De kansklassen komen uit FCAB deel 1, §4.4.2 (deel 2, tabel 19). De maximale-waterdieptekaart die we ernaast tonen komt van Rijkswaterstaat (2021, gelijk aan overstroomik.nl); de dieptegrenzen komen uit FCAB deel 1, §4.4.1 en sluiten aan op wat er in een woning kapotgaat: bij 20 cm staat het water boven de vloer, rond 1 meter bereikt het de meterkast en 2,6 meter is de plafondhoogte uit het Bouwbesluit 2012. Zoals de FCAB voorschrijft gebruiken we de kaart voor de situatie in 2050, waarin de dijken en kades aan hun wettelijke norm voldoen. De kans is daarin op veel plekken kleiner dan vandaag, omdat de keringen tot 2050 worden versterkt.
Deze score bepalen we alleen waar het water naar verwachting onder de 50 cm blijft. Komt het water net zo waarschijnlijk hoger, dan beoordelen we dit thema alleen op de omgeving en tonen we de verbeterkansen hieronder niet.
| Kenmerk | Punten (kwetsbaarheid) |
|---|---|
| Hoe hoog ligt het perceel t.o.v. de verwachte waterdiepte (uit AHN) | hoger dan het water → 4 · tot 25 cm eronder → 20 · lager → 40 |
| Kelder, souterrain of parkeerkelder | geen → 0 · aanwezig → 15 |
| Terugslagklep (uit rioolstelseltype) | gescheiden riool → 0 · gemengd riool → 5 |
gebouwscore = perceel + kelder + terugslagklep (0 = niet kwetsbaar, hoger = kwetsbaarder)
| Gebouwscore | Klasse (score) |
|---|---|
| 20 of lager | Laag (88) |
| 20 - 40 | Middel (55) |
| hoger dan 40 | Hoog (22) |
Bij een overstroming loopt water via de deur, de kelder en het riool naar binnen; we beoordelen die drie kenmerken zoals de FCAB dat doet (deel 2, tabel 20). Tot 50 cm water kan een eigenaar water buiten houden, daarboven is een groot deel van de schade toch al opgetreden. Het rioolstelseltype (voor de terugslagklep) komt uit PDOK Stedelijk Water.
We nemen de mediaan van de hoogtes rond de woning en vergelijken die met de waterdiepte die op jouw adres wordt verwacht.
Bij een rijtjes- of hoekwoning ontbreekt het maaiveld langs de woningscheidende muren in het AHN-hoogtebestand; we rekenen dan met de punten langs de voor- en achtergevel.
Tips
Verbeterkansen
Volgende stappen
- Meet je deuren en lage ramen op en kies passende, snel plaatsbare waterschotten (vloed-/keerschotten).
- Deze vind je bij gespecialiseerde leveranciers van waterkeringen, meestal online; voor deuren en lage ramen kun je ze ook op maat laten maken.
- Oefen het plaatsen, zodat je ze bij een waarschuwing snel kunt neerzetten.
Volgende stappen
- Terugslagkleppen zijn kleppen in je afvoerleiding die water maar één kant op laten stromen, zodat rioolwater bij hoog water niet terug je huis in stroomt (via toilet, douche of putjes).
- Je kan een loodgieter vragen om advies voor terugslagkleppen. Vraag hierbij om een offerte en laat de kleppen periodiek controleren.
Volgende stappen
- Vraag een aannemer of het bouwkundig kan, met oog op de toegankelijkheid.
- Vraag een offerte en combineer het eventueel met ander gevelwerk.
Vragen over je rapport? Mail ons op klimaatwijzer@sobolt.com.