Nij Begun Isolatieplansoftware
Met onze isolatieplan software gebruik je de kracht van een NTA8800 rekenkern om een isolatieplan op te stellen. Door maatregelen te adviseren breng je de woning naar de isolatiestandaard. De Nij Begun-variant levert geen energielabel, maar een isolatieplan: een advies dat zich richt op de isolatiestandaard van de woning.
Begin met Aan de slag om in te loggen en een dossier aan te maken. Daarna doorloop je de opname.

Wat je gaat doen
Een complete opname bestaat uit zeven onderdelen. Doorloop ze in deze volgorde — de volgorde is verplicht, want elke stap bouwt voort op de vorige.
Maak een nieuw dossier aan via de BAG-nummeraanduiding.
Definieer minimaal één rekenzone met oppervlakte en oriëntatie.
Voeg gevels, daken, vloeren en ramen toe per zone.
Voeg via Installaties het ventilatiesysteem van de woning toe.
Bereken de energieprestatie en stel het maatregelpakket samen.
Binnenkort beschikbaar. Deze stap is nog in ontwikkeling.
Binnenkort beschikbaar. Deze stap is nog in ontwikkeling.
Wat er anders is dan NTA8800
| Onderwerp | NTA8800 | Nij Begun |
|---|---|---|
| Resultaat | Energielabel | Isolatieplan met isolatiestandaard |
| Opname-modus | energieadvies of NTA 8800 | isolatiestandaard |
| Spouw-isolatie | Holteruimte optioneel | Holteruimte verplicht bij spouwmuren |
| Verwarming / koeling | In opname onder Installaties | Verborgen in opname |
| Ventilatie (huidig) | In opname onder Installaties | In opname onder Installaties |
| Ventilatieplan (toekomstig) | n.v.t. | Eigen tabblad (nog in ontwikkeling) |
Toelichting rekenmodel
De Nij Begun Isolatieplansoftware gebruikt de NTA8800 gecertificeerde rekenkern in combinatie met een vereenvoudigd opnameformulier. Voor velden die niet worden uitgevraagd, worden forfaitaire (standaard)waarden uit de NTA8800 gehanteerd. Dit kan in sommige gevallen leiden tot kleine afwijkingen ten opzichte van een volledige NTA8800-berekening.
Isolatiestandaard
Voor woningen gebouwd vóór 1946 wordt de naoorlogse isolatiestandaard gehanteerd. Bij een volledige NTA 8800-berekening geldt voor vooroorlogse woningen een hogere isolatiestandaard.
Bouwschil (gevels, vloeren, daken)
Wanneer geen Rc-waarde of isolatiedikte is opgegeven, wordt de Rc-waarde forfaitair bepaald op basis van bouwjaar, aanwezigheid van isolatie en aanwezigheid van een spouw (Tabel I.4 en I.5).
Koudebruggen (thermische bruggen)
Bij het vereenvoudigde opnameformulier worden geen individuele koudebruggen opgegeven. In plaats daarvan wordt automatisch een forfaitaire toeslag toe op de U-waarde van alle gevels en daken conform NTA 8800 vergelijking 8.3.
Kruipruimte
Wanneer de vloer grenst aan een kruipruimte, wordt een kruipruimte aangenomen met een diepte van 0,5 m onder maaiveld en ongeïsoleerde kruipruimtewanden (Rc = 0). Bij woningen met een kruipruimte op of boven maaiveld kan het werkelijke warmteverlies hoger zijn.
Vloerisolatie en bodemisolatie
Bij een vloer boven een kruipruimte loopt de warmte in twee stappen naar buiten: eerst door de vloer heen naar de (geventileerde) kruipruimte, en daarna via de bodem en de kruipruimtewanden naar de grond. Het gekozen isolatietype bepaalt in welke van die twee stappen de opgegeven dikte terechtkomt:
| Isolatietype | Waar de dikte wordt toegepast |
|---|---|
| Floor Insulation (vloerisolatie) | De vloerconstructie zelf |
| Bodemisolatie | De bodem van de kruipruimte; de vloer houdt zijn forfaitaire Rc |
| Onbekend | Wordt gerekend als vloerisolatie |
Bodemisolatie verhoogt dus niet de Rc van de vloer: de vloer blijft even slecht geïsoleerd en de warmte loopt nog altijd de kruipruimte in. Alleen het verlies van de kruipruimte naar de grond wordt kleiner.
Omdat er één diktenveld is, wordt bij het aanvinken van beide types dezelfde dikte voor de vloer én voor de bodem gebruikt. Vul in dat geval de dikte van de vloerisolatie in: die bepaalt vrijwel het hele resultaat.
Effectieve Rc van een vloer boven een kruipruimte
Voor een vloer boven een kruipruimte toont de software naast de Rc van de
constructie ook een effectieve Rc (Rc,eff): de Rc die één enkele laag zou
moeten hebben om net zoveel warmte te verliezen als de vloer plus de kruipruimte
samen. Die volgt uit NTA 8800 §8.2.2.2.1 (vgl. 8.79 en 8.80) en is dezelfde
waarde die de berekening gebruikt.
Voor een vloer van 31 m² uit 1966 met een perimeter van 12,4 m:
| Situatie | Rc constructie | Rc,eff |
|---|---|---|
| Geen isolatie | 0,17 | 0,23 |
| 350 mm bodemisolatie | 0,17 | 0,43 |
| 350 mm vloerisolatie | 7,93 | 7,98 |
De effectieve Rc is een rekenresultaat, geen eigenschap van de constructie. Alleen een vloer boven een kruipruimte heeft zo'n tweede stap; een vloer op grond, een vloer naar een andere ruimte en alle gevels hebben één begrenzing en zijn daarmee volledig beschreven door hun eigen Rc.
Beglazing en zonwering
De zontoetredingsfactor wordt forfaitair bepaald per glastype (enkel: 0,85, dubbel: 0,75, HR++: 0,60, triple: 0,40–0,50). Zonwering, overstekken en obstakels worden niet meegenomen.
Ventilatie
Het ventilatorvermogen wordt bepaald op basis van een gelijkstroomventilator met installatiejaar 2021. Bij woningen met een ouder ventilatiesysteem kan het werkelijke elektriciteitsverbruik hoger liggen. Dit heeft geen invloed op de berekende netto warmtebehoefte — het ventilatorvermogen betreft hulpenergie (elektriciteit) en maakt geen onderdeel uit van de warmteverliesberekening.
Bij gebalanceerde ventilatie wordt een tegenstroomwarmtewisselaar van kunststof aangenomen met een rendement van 80% en een kanaallengte van 1,0 m. Dit heeft een beperkte invloed op de warmtebehoefte. Voor woningen zonder gebalanceerde ventilatie (natuurlijke ventilatie of mechanische afvoer) hebben de ventilatie-aannames geen invloed op de berekende warmtebehoefte.
Kierdichting en luchtdoorlatendheid (qv10)
De luchtdoorlatendheid wordt forfaitair bepaald op basis van het bouwjaar en de gebouwstructuur. Hiervoor worden correctiefactoren uit de NTA8800 gehanteerd (Tabel 11.14). Deze berekening is identiek aan de volledige NTA 8800-methode — er is geen verschil in aanpak tussen het vereenvoudigde en het volledige model. Bovendien kan deze in de vereenvoudigde tool zelf ingesteld worden.
Kierdichtingsmaatregelen worden als kostenpost meegenomen, maar hebben geen automatisch effect op de berekende warmtebehoefte. Om het effect van kierdichting zichtbaar te maken in de berekening, moet de adviseur handmatig een streefwaarde voor de qv10 na maatregelen opgeven, of een renovatiejaar instellen. Zonder deze invoer blijft de warmtebehoefte na maatregelen ongewijzigd, ook wanneer een kierdichtingsmaatregel is geselecteerd.
Leidingdoorvoeren
Leidingdoorvoeren kunnen niet ingevuld worden op het vereenvoudigde opnameformulier. Er wordt uitgegaan dat er geen leidingdoorvoeren zijn.
Type bouwwijze vloeren
Het vereenvoudigde opnameformulier gaat uit van bouwwijze: zwaar.
Type bouwwijze wanden
Het vereenvoudigde opnameformulier gaat uit van bouwwijze: zwaar.
Een aantal punten om op te letten
- Gebruiksoppervlak zoals opgegeven bij “Rekenzone -> Bouwlagen” moet kloppen met het totaal oppervlak opgegeven bij de vloer(en).
- LET OP: De isolatieplansoftware ondersteunt momenteel geen Vabi maatwerkadvies modus.
- Vergeet bouwjaar en gebouwhoogte niet te checken
- Vloeren: “Grenst aan: Grond” en “Grenst aan: kruipruimpte” kan een groot verschil geven. Vergeet ook de perimeter niet in te vullen.